THERAPIE

Piekeren

(gegeneraliseerde angststoornis;GAS)
klachten / wat is er aan de hand / schema / therapie / Literatuur

Klachten

Ik kan niet zeggen wanneer het begonnen is. Ik kan het me niet anders herinneren dan dat ik een zorgelijk type ben. Ik zit altijd te piekeren van : Wat moet ik doen als.... . Of hij zal toch niet ....? Dan zou ik me geen raad weten. Een keer stelde mijn man een vraag over hoe ik de kamer zou willen indelen. Hij begreep niet waarom ik de deur op een speciale plaats wilde hebben. Hem leek dat een onlogische plaats. Ik zat echter te denken over de beste vluchtweg als er brand zou uitbreken. Ik ben altijd bang dat ik problemen tegen kom waarvoor ik geen oplossing weet. Enerzijds ben ik eigenlijk wel tevreden over dat piekeren. Daardoor weet ik mij optimaal voorbereid op elk probleem dat ik mij kan voorstellen. Anderzijds maakt het mij wel eens bang. Al dat gepieker, ik heb er soms geen controle meer over. Dan voel ik dat ik er niet mee zou kunnen stoppen al zou ik het willen. Dat kan toch niet goed zijn voor een mens. Misschien wordt ik wel gek.

Wat is er aan de hand ?

Piekeren is het meest centrale kenmerk van een klacht die gegeneraliseerde angststoornis, (GAS)genoemd wordt. Het gepieker gaat over allerlei uiteenlopende onderwerpen. Over gevaren die zich mogelijk in de toekomst gaan voor doen. Als het piekeren echter over ťťn onderwerp gaat hoort het meestal bij een andere klacht.

Gaat het over de gezondheid dan kan het bij angst voor ziekten
  • THERAPIE
  • angst voor ziekten
horen. Ook Kan het piekeren betrekking hebben op een mogelijke paniekaanval
  • THERAPIE
  • paniek
. Depressieve mensen
  • THERAPIE
  • depressie
piekeren vaak over het verleden, over een verlies of over hoe het anders had kunnen lopen. Niet elke vorm van piekeren komt dus in aanmerking.

Het piekeren start met een 'trigger'(een uitlokker). Voorbeeld van een trigger kan zijn rood staan op de giro, een huis kopen, een kind dat buiten gaat spelen, een ritje met de auto.

Mensen met GAS, (gegeneraliseerde angst stoornis) hebben de neiging om

  • enerzijds risico's te overschatten en
  • anderzijds hun eigen vermogen om problematische situatie het hoofd te bieden te onderschatten.

De wereld lijkt gevaarlijker dan hij werkelijk is en zelf lijkt men hulpelozer dan werkelijk het geval is. Deze combinatie maakt dat triggers om te gaan piekeren veelvuldig voorkomen.

Dan zou men zich kunnen afvragen waarom zou iemand blijven piekeren als iedere keer weer blijkt dat de angsten overdreven zijn en dat het meestal met een sisser afloopt. Men trekt echter een andere conclusie. Bijvoorbeeld:"Dankzij dat gepieker is het met een sisser afgelopen." Het piekeren lijkt dan een effectieve manier om zichzelf te beschermen. Dergelijke gedachten, ("ik moet goed voorbereid zijn op elke eventualiteit" bijvoorbeeld) worden metacognites genoemd. Gedachten over (pieker-)gedachten. Omdat deze gedachten een positieve waardering krijgen, goed voorbereid zijn, heten ze in het schema positieve metacognities. Mensen zien het piekeren dan als een keuze. De keuze om zich goed voor te bereiden op mogelijke gevaren. Vandaar het de bijkomende omschrijving van, strategieselectie, in het schema.

Het piekeren zelf kan ook weer een probleem worden. Iemand kan er zich zorgen over maken dat hij teveel tijd besteed aan het piekeren. Iemand kan ook gaan denken dat het niet gezond is zoveel te piekeren. Ook kan het piekeren de aandacht afleiden van actuele taken. Ook als men rood staat is het niet handig om, tijdens een autorit na te denken over een naderend faillissement. Ook hier weer gaat het om gedachten over (pieker-)gedachten, dus metacognities. Omdat dťze metacognities negatief gewaardeerd worden, heten ze negatieve metacognities ofwel metapiekeren.

De gevolgen van metapiekeren vallen in driŽen uiteen:
  1. vermijdingsgedrag:het mijden van bepaalde activiteiten die ervaren worden als een extra belasting, telefoon niet opnemen, geruststelling zoeken etc.
  2. controle over gedachten:zorgen voor afleiding, bijvoorbeeld met een overladen programma, onderdrukken van gedachten of positieve gedachten oproepen die de piekergedachten ontkrachten
  3. emotioneel: de spanning roept fysiologische reacties op. Daarop kan men weer gaan piekeren over de betekenis en gevaren van die reacties.

schema piekeren

schema piekeren

Therapie

  1. Cognitieve therapie

    1. Registratie: Stel de partner komt niet op tijd thuis. Catastrofale cognitie Hij/Zij heeft een ongeluk gehad,positieve meta-cognitie, je kan maar beter op alles voorbereid zijn.
    2. Uitdagen: Is deze gedachte juist of waarschijnlijk?, Zou ik inderdaad niet in staat zijn me te redden als het waar was? Gebeurt er inderdaad iets vreselijks als ik in die situatie een steekje zou laten vallen?, is het inderdaad nodig voorbereid te zijn op zo'n vreselijke maar onwaarschijnlijke ramp? etc
    3. Alternatief: keuze van functionele, redelijke cognities, bijvoorbeeld, hij staat in de file, hij is later van zijn werk vertrokken.
    4. Gedragsexperiment: Bijvoorbeeld opzettelijk kleine fouten maken om te zien of men inderdaad ontslagen wordt(catastrofale gedachte). Misschien wordt de fout niet eens opgemerkt (alternatieve cognitie).
  2. Angstmanagement

    1. Er wordt een angsthiŽrarchie opgesteld, een geordende lijst van angstwekkende situaties. De lijst wordt gerangschikt van minst naar meest angstwekkend. Van laag naar hoog wordt geoefend in het doorstaan van de angstwekkende situaties. Zo kan men de ervaring ondergaan dat het keer op keer doorstaan van een angstwekkende situatie ertoe leidt dat de angst steeds verder verzwakt.
    2. Zelfverbalisaties worden onderzocht en gewijzigd waar nodig. Iemand kan leren zich zelf niet voortdurend af te kraken maar in plaats daarvan bemoedigende opmerkingen te maken over zich zelf.
    3. Verder wordt geoefend met ontspanningsinstructies.
    4. Tenslotte wordt controle aangeleerd over angstwekkende voorstellingen door middel van beeldwisseling. Een cliŽnt leert dat hij net zo goed positieve, stimulerende voorstellingen kan oproepen als angst wekkende voorstellingen. Het afwisselend met opzet oproepen van de angstige en de positieve beelden vergroot de controle over dergelijke beelden.
  3. Toegepaste ontspanning

    1. Eerst leert men de zogenoemde progressieve relaxatie (volgens Jacobson) d.w.z. men leert afzonderlijke spiergroepen afwisselend inspannen en ontspannen.
    2. Vervolgens leert men om spieren te ontspannen zonder ze eerst aan te spannen.
    3. Daarna leert men op een bepaald signaal te ontspannen, bijvoorbeeld op het woord, ontspan.
    4. In de hier op volgende stap wordt dit ontspannen met een signaal geoefend in uiteenlopende niet bedreigen situaties.
    5. Tenslotte wordt de zo geleerde relaxatie toegepast in verschillende situaties van een angsthiŽrarchie.

Literatuur

  • Je piekert je suf van H.Hermans
    • PRAKTIJK
    • literatuur
  • Verantwoording
    • PRAKTIJK
    • literatuur