THERAPIE

Angst voor ziekten

Hypochondrie
klachten / wat is er aan de hand / schema / cognitieve therapie / literatuur

Klachten

Ik heb aids. Als ik na het douchen mijn haren kam blijven er hele plukken in mijn kam achter. Ook de kleur van mijn oogwit is niet normaal en ik heb verkleuringen in mijn huid. Die is hier en daar een beetje geel. Zes jaar geleden heb ik eens een affaire gehad. Later ontdekte ik dat die man drugs gebruikte. Ik denk dat ik toen besmet ben geraakt. Daar komt nog eens bij dat ik zo snel vermoeid ben. Ook kan ik mij slecht concentreren en ben ik vaak duizelig.

De dokter zegt dat er niks met mij aan de hand is. Er is een aidstest gedaan indertijd maar zo'n test geeft geen honderd procent zekerheid. Als ik bij de dokter vandaan kom voel ik mij altijd even gerustgesteld. Maar als ik dan weer zo'n bos haar in mijn kam vind dan weet ik zeker dat hij zich vergist heeft.

Wat is er aan de hand ?

Kenmerkend voor iemand met angst voor ziekten is dat zo iemand zich niet of slechts kort laat geruststellen door de dokter. Ook al heeft uitgebreid medisch onderzoek niets aan het licht gebracht, steeds weer duikt de angst op dat hij of zij een ernstige ziekte onder de leden heeft. De vraag is natuurlijk, hoe komt het dat iemand zich ondanks geruststellende uitslagen van de onderzoeken zulke zorgen blijft maken? Wanneer iemand zich zorgen maakt over het hart (bij pijn of druk op de borst) dan verdwijnt de angst als ook het onaangename gevoel op de borst vermindert.

Het gaat dan niet om hypochondrie maar om klachten die horen bij paniekaanvallen
  • THERAPIE
  • paniek
  • Ervaring en automatische gedachten Als iemand angst voor ziekten heeft, zal hij of zij voortdurend alert zijn op tekenen van (on-)gezondheid. Vaak gebeurt het dat mensen die nogal zorgelijk zijn waar het hun gezondheid betreft als kind geconfronteerd zijn met ziekten. Zij hadden bijvoorbeeld een chronisch zieke vader moeder, broer of zus. Soms zijn zij zelf vaak ziek geweest. Het plotseling overlijden van een familielid kan een haast onuitwisbare indruk hebben gemaakt. Dergelijke ervaringen leiden vaak tot daarbij passende overtuigingen, over de eigen kwetsbaarheid. In concrete situaties geven die overtuigingen aanleiding tot gedachten als 'Ik heb een zwakke gezondheid' of 'ik ben bijzonder vatbaar voor ernstige, dodelijke ziekten' of 'het is een wonder dat ik nog leef'. Deze gedachten worden niet expliciet geformuleerd en men noemt ze daarom wel 'automatische gedachten'. Ze bepalen het gedrag, de waarneming en emoties. Ze maken angstig.
  • Redeneerfouten. Ook redeneerfouten spelen een belangrijke rol bij het in stand houden van angst voor ziekten. Hier onder enkele voorbeelden.
    • selectieve abstractie: ťťn aspect er uit lichten om een complexe situatie te verklaren. Deze persoon heeft veel klachten die op veel verschillende manieren verklaard kunnen worden. De verklaring 'aids' lijkt helderheid te bieden maar er zijn dan nog een groot aantal zaken die ook verklaard moeten worden.'gisteren zag ik een lichte verkleuring van mijn huid, een gelige vlek. Straks zit mijn huid vol donkere vlekken net als bij (andere) HIV geÔnfecteerden. Ik moet wel aids hebben.
    • overgeneralisatie: algemene conclusies uit ťťn voorval, Drugsgebruikers hebben aids. Die man waar ik mee vree gebruikte drugs, dus had hij aids.
    • arbitraire gevolgtrekkingen: conclusies trekken uit niet relevante of verkeerde aanwijzingen 'Als de dokter zegt dat hij niks kan vinden moet het wel een ernstig aandoening zijn'.
    • catastrofering van alle mogelijke conclusies bij voorbaat de ergste selecteren. 'Een bos haar in de kam betekent dat ik aids heb'.
    • personalisatie: zaken op zichzelf betrekken zonder goede reden 'Ik hoorde van een collega die aids heeft dat hij bossen haar verliest. Als ik haar verlies heb ik dus aids.
    • kansoverschatting: kansen verkeerd (overdreven) inschatten Zo'n aidstest zegt ook niet alles.
    • magisch denken: Ik kan maar beter geen aandacht besteden aan informatie over kanker, misschien krijg ik het dan juist wel. 'Als men over de duivel spreekt trapt men hem op z'n staart'.
    • zwart/wit denken: ik ben of gezond of dodelijk ziek.
  • Selectieve aandacht Als iemand bang is voor een ramp zal hij zich normaal gesproken teweer willen stellen. Daarvoor heeft hij alle informatie nodig over de naderende ramp. Deze informatie behoefte leidt tot extra alertheid, speciaal op signalen die te maken kunnen hebben met die ramp. Vroeger waren haren in de kam niet een speciaal aandachtspunt. Nu wordt het aantal haren in de kam plotseling een teken van leven of dood. Ze worden als het ware per stuk geteld.
  • Angst De aldus opgewekte angst beÔnvloedt de waarneming, kan oorzaak zijn van het optreden van lichamelijke veranderingen en leidt tot gedragsverandering.
  • Lichamelijke verschijnselen Ook als het werkelijke aantal haren hetzelfde zou zijn gebleven ziet deze persoon er veel meer nu hij er zoveel belang aan hecht. De toename van lichamelijke klachten hoeft niet noodzakelijkerwijs alleen maar schijn te zijn, gebaseerd op selectieve aandacht. De toename kan ook een gevolg zijn van angst. Denk aan verhoogde bloeddruk en duizeligheid, stress kan een negatieve invloed hebben op de algehele conditie en dus ook op de conditie van de hoofdhuid.
  • Gedragsveranderingen De angst voor ziekte kan ook tot gedragsveranderingen leiden, die zelf weer gevolgen hebben voor de gezondheid en de aanwezigheid van lichamelijke verschijnselen. Iemand kan minder naar buiten gaan om de kans op besmettingen te voorkomen, zich zelf ontzien om uitputting te voorkomen. Deze gedragsveranderingen kunnen weer leiden tot algehele verzwakking en daarmee tot lichamelijke klachten zoals gevoelens van vermoeidheid. Deze gevoelens kunnen weer voedsel geven aan de gedachte dat men ziek is. Dan wordt natuurlijk de vraag gesteld, wat is er met mij aan de hand? Het antwoord laat zich raden.
  • Geruststelling Een ander belangrijk gedrag voor de in stand houding van de angst voor ziekten is het zoeken van geruststelling, bij de dokter. Elke keer dat men opgelucht (lichamelijke verschijnselen nemen af) de wachtkamer van de dokter uit komt wordt de automatische gedachte,' ik ben zwak, ik kan de angst voor de risico's van het leven niet aan', nogmaals ondersteund. Men raakt er van overtuigd niet zonder de steun van de dokter te kunnen leven.

Schema hypochondrie-angst voor ziekten

schema, angst voor ziekten

Cognitieve therapie

We gaan allemaal dood. Daar kan helaas noch de dokter noch de psychotherapeut iets aan doen. Het enige is dat we niet weten hoe en wanneer. Angst voor ziekten is dus tot op grote hoogte terecht. Eťn doel is dus het leren leven met onzekerheid. Daarbij hoort het weer vertrouwen leren krijgen in het eigen lichaam, zodat het niet meer nodig is steeds opnieuw geruststelling te zoeken bij de dokter.

In therapie gaat de cliŽnt samen met de therapeut kijken hoe waarschijnlijk het sterfscenario is dat de cliŽnt bedacht heeft. Er wordt gekeken hoe het komt dat de cliŽnt dat specifieke sterfscenario heeft uitgekozen. Daarbij wordt gekeken naar vroegere ervaringen, redeneerfouten, automatische gedachten, selectieve aandacht en gedragingen die invloed hebben op de lichamelijke verschijnselen.

Ook wordt gekeken naar alternatieve verklaringen voor de lichamelijke verschijnselen.Daarna leert de cliŽnt redeneerfouten en automatische gedachten te corrigeren en gaat hij leren zichzelf gerust te stellen zonder inschakelen van anderen. Daarbij hoort natuurlijk ook het leren verdragen van normale risico's zonder excessieve angst.

Literatuur