THERAPIE

Dwang

(obsessies en compulsies)
klachten / wat is er aan de hand / schema / therapie / literatuur

Klachten

  • Dwangmatig controleren. "Ik vind het niet zo makkelijk om te vertellen hoe het gaat. Ik schaam mij ervoor. Dan heb ik net het gas uitgedaan en dan heb ik gecontroleerd om te zien of het echt wel uit is en direct daarna denk ik: 'Heb ik het gas nu wel uitgedaan? Even kijken. Ja het is uit. Ik kan naar boven'. Daar aangekomen begint het opnieuw. 'Heb ik het wel echt uitgedaan? Denk ik niet alleen maar dat ik het uit gedaan heb, terwijl het in feite nog brandt. Even kijken?' Zo gaat het maar door. Ik wordt er gek van".
  • Smetvrees. "Laatst is er bij mij een parket gelegd. De parketlegger heeft zijn hand verwond. Daarna heeft hij zijn handen gewassen. Na het vertrek van de parketlegger begint het: 'Heeft hij de knop van de kraan goed schoon gemaakt. Ik heb er daarna zelf aangezeten, misschien ben ik wel besmet met het HIV. Laat ik nog maar even de kraan en mijn handen gaan wassen. Had hij nu aan de kraan gezeten?' Ik blijf wassen. Mijn handen zijn helemaal stuk".
  • Dwanggedachten. "Ik ben zo bang dat ik mijn kat iets ga aandoen. Soms zie ik hem liggen op het kleed bij de kachel, ligt hij daar lekker te soezen, en dan denk ik plots: 'Ik zou die kat wel dood kunnen trappen. Eťn trap en hij is er geweest'. Ik moet er niet aan denken hoe dat eruit zou zien. Ik kan dat beeld maar niet uit mijn hoofd zetten. Het is verschrikkelijk dat ik zo denk, het is een lieve kat hij heeft niks gedaan. Ik houd zielsveel van hem".

Wat is er aan de hand ?

(Intrusies, obsessies, compulsies)Intrusies zijn gedachten die schijnbaar zonder aanleiding opkomen. Ze dringen zich op zonder duidelijke reden. Een zinnetje uit een liedje, een flard van een melodie, een beeld dat zich maar niet uit het hoofd laat bannen. Er zijn veel mensen die regelmatig dit soort lastige maar onschadelijke gedachten hebben. Maar wat gebeurt er nu als iemand verontrust raakt door die gedachten, bijvoorbeeld omdat die persoon ze serieuzer gaat nemen dan nodig is. Zo iemand gaat denken dat het daadwerkelijk gevaarlijk is voor de kat als hij eraan denkt om de kat dood te trappen. De gedachtegang gaat in de trant van, waar rook is, is ook vuur. Als ik een beeld voor ogen heb van het dood trappen van de kat, dan ga ik dat misschien ook werkelijk doen. Zo wordt een op zich onbelangrijke intrusie een angstaanjagend schrikbeeld.

Als er zo'n schijnbaar reŽle dreiging van de gedachte uit gaat, volgen haast vanzelf pogingen om de intrusie te bestrijden. Men probeert niet aan dat onprettige beeld te denken of men probeert de intrusie met een andere gedachte te "neutraliseren". Bijvoorbeeld door te denken "Ik houd van die kat, ik vind het een lief beest, het is niks voor mij om over dit soort dingen na te denken". Wanneer iemand op zo'n manier gaat vechten tegen intrusies gaat men spreken over een een dwanggedachte of obsessie.

De intrusie kan ook bestreden worden door iets te doen, bijvoorbeeld door de handen te wassen of door te controleren. Dergelijke handelingen gaan vaak de vorm aannemen van een soort ritueel. De handelingen waarmee de intrusie bestreden wordt noemt men dwanghandeling of compulsie.

Het neutraliseren van de intrusie lukt steeds maar even. Het lukt echter nooit lang achter elkaar om controle te krijgen over de intrusie, integendeel, de aandacht wordt zozeer gericht op het bestrijden van de intrusies dat er bijna nergens anders aandacht voor over blijft. Elke keer dat het lukt om de gedachte te bezweren met een handeling of gedachte lijkt het of de kat aan een reŽel gevaar ontsnapt is. Dat geeft een kortstondig gevoel van controle en een dus ook een gevoel van verantwoordelijkheid.De volgende keer dat de intrusie zich voor doet wordt met dubbele intensiteit geprobeerd de kat tegen het schrikbeeld te beschermen. Het neutraliseren van de intrusies gaat een steeds groter deel van de dag en nacht in beslag nemen.

Soms gaat het vooral om een gevoel van verantwoordelijkheid, alsof alleen het dŤnken aan het trappen van de kat een verschrikkelijke daad is. In een ander geval gaat het meer om een gevoel van kwetsbaarheid. Men denkt dat men een gevaar moet bezweren.

Vaak is op het moment zelf het gevaar zeer reŽel voor de persoon. Nadat de angst geweken is door de rituele bezwering, lijkt het onvoorstelbaar dat men werkelijk bang was voor zoiets. Helaas helpt dit niets. Even later lijkt het gevaar weer even reŽel en moet de angst opnieuw bestreden worden.

Behalve dwanggedachten(obsessies) en dwanghandelingen(compulsies) speelt ook vermijden een rol. Deze hele gang van intrusie en het neutraliseren van de intrusie is zo onaangenaam dat men vanzelfsprekend probeert aan iets anders te denken. Men zal proberen de intrusies uit het hoofd te bannen. Het probleem hiermee is dat het niet goed mogelijk is een opdracht als 'denk niet aan ....' uit te voeren. Het blijkt dat als men iemand de opdracht geeft niet aan witte beren te denken, de persoon juist meer aan witte beren gaat denken.

Therapie zal dus moeten gaan over twee zaken:

  • Het uitbannen van vermijding
  • het leren verdragen van intrusies zonder neutraliseren, dus zonder dwanghandelingen en zonder dwanggedachten.

schema dwang

schema dwang

Therapie

De bestrijding van dwanggedachten en -handelingen omvat hoofdzaak twee elementen:
  • Het onderzoeken en corrigeren van ongerechtvaardigde gedachten over de gevaarlijke, schadelijke gevolgen van intrusies. Een kat dood trappen zou wel erg zijn maar zo'n fantasie kan geen kwaad. Hoe vaak hebt u al eens een kat dood getrapt? Welke aanwijzingen zijn er dat een gedachte noodzakelijkerwijs gevolgd wordt door een actie?
  • Het ervaren van deze onschuld door te stoppen met de neutraliserende handelingen c.q. gedachten. Dus tegelijkertijd de kat vast houden en denken aan het dood trappen van de kat zonder pogingen te doen de intrusie te bestrijden. Tegelijkertijd leert men zo op te houden met vermijdingsgedrag.

Literatuur