ARCHIEF

Situatiebeschrijving

  • Wat is de situatie; wie, waar, wanneer, hoe laat.
  • Wat wordt er van u verlangd? Weet u dat zeker, omdat iemand dat gezegd heeft, of is het een vermoeden?
  • Hoe reageert u?
  • Wat is het resultaat?
  • Bent u tevreden?
  • Wat zou u anders moeten doen om wèl een bevredigend resultaat te verkrijgen?