ARCHIEF

MMPI

Verklaring van de testschalen
    Aantal niet beantwoorde vragen
  • Een groot aantal niet beantwoorde vragen maakt de resultaten van de test moeilijker te interpreteren.
  • Validiteitsschaal.   Mensen met een hoge score hebben vaak:
  • niet geheel consistente antwoorden gegeven.
  • Ook naïeve mensen scoren hier soms hoog
  • F

    Validiteitsschaal.   Een hoge score wijst op
  • Veel onrust en chaos.
  • Ook mensen die overdrijven, misschien omdat ze bang zijn niet serieus genomen te worden, scoren hoog
  • .

    K

    Validiteitsschaal.Personen die hoog scoren op deze schaal zijn vaak:
  • hoog opgeleid,
  • Zijn geneigd tot het geven van sociaal-wenselijke antwoordenen
  • Hebben de neiging problemen te bagatelliseren, (bewust of onbewust)
  • Hebben weinig contact met hun gevoelens
  • 1  HS

    Hoge score verwijst naar
  • Angst voor ziekten.
  • Moeilijk naar zichzelf kunnen kijken (introspectie)
  • Het sterk ervaren van lichamelijke klachten en verschijnselen
  • Bij spanning reageren met lichamelijke verschijnselen
  • Zorg over of angst voor lichamelijke verschijnselen
  • Soms een cynische kijk op het leven
  • Het indirect uiten van vijandigheid of gevoelens
  • 2  D

    Depressie. Een verhoogde score kan wijzen op
  • Sombere stemming
  • verantwoordelijkheid op zich nemen
  • Soms minder sociaal vaardig
  • Minderwaardigheidsgevoelens, lage zelfwaardering
  • Onzekerheid, piekeren, tobben twijfelen
  • Overcontrole en minder impulsief zijn, vermijden van conflicten
    +/- SUBSCHALEN
    1. D1-subjectieve depressie 32 items
      Een verhoogde score suggereert: ongelukkig voelen, nerveus, minder energie, interesseverlies, kan de dingen niet aan; problemen met concentreren en aandacht, voelt zich minderwaardig; mist zelfvertrouwen; verlegen voelt zich ongemakkelijk in sociale situaties
    2. D2-psychomotore retardatie 14 items
      Teruggetrokken, apathisch; minder energie; vermijdt mensen; ontkent vijandigheid
    3. D3-fysiek ontregeld 11 items
      In beslag genomen door lichamelijk (dys)functioneren; voelt zich niet gezond; varieteit aan lichamelijke klachten
    4. D4-mentale matheid 15 items
      Geen energie; gespannen; problemen met aandacht en concentratie; geen zelfvertrouwen; gevoel dat leven niet de moeite waard is
    5. D5-cognitief 10 items
      Rumineren, malen, piekeren, minder energie, voelt zich minderwaardig, gevoel dat het leven niet de moeite waard is; snel gekwetst door kritiek; gevoel van controleverlies door gedachten
  • 3 HY

    Een hoge score correspondeert (soms) met
  • Een gevoel van leegte,
  • Lichamelijke verschijnselen
  • Moeite met inzicht in eigen gevoelswereld
  • Moeite met aannemen, accepteren van verantwoordelijkheden
  • Neiging tot afhankelijkheid
  • Neigen tot 'ongeremd gedrag', waarbij de grenzen van de ander overschreden worden
  • Sterke behoefte om aardig gevonden en geaccepteerd te worden door een ander
  • Een sterke drang om bij een ander een goede indruk achter te laten
  • Angstigheid
  • Ambivalentie met betrekking tot zelfstandigheid en autonomie
  • Neigen tot onderhuidse agressie (door angst voor eigen boosheid) door bijvoorbeeld steken onder water, ander diskwalificeren e.d.
  • Tegenstrijdige gevoelens ervaren met name rancune, jaloezie, wrok
  • Neiging tot veeleisendheid
    +/- SUBSCHALEN
    1. Hy1-ontkenning van sociale angst 6 items
      Sociaal extravert en comfortabel voelen; niet snel be´nvloed door sociale normen
    2. Hy2-behoefte aan affectie 12 items
      Sterke behoefte aan aandacht en genegenheid; gevoelig; optimistisch; vertrouwend; vermijdt confrontaties; ontkent negatieve gevoelens naar anderen
    3. Hy3-malaise 15 itemsbr Niet in goede conditie; moe, zwak; slechte eetlust, concentratieproblemen, slaapmoeilijkheden, ongelukkig
    4. Hy4-somatische verschijnselen 17 items
      Meerdere lichamelijke ontregelingen; bij spanningen of angsten onderdrukking van emoties en het vertalen van emoties in lichamelijke ontregelingen; weinig of geen vijandigheid of woede wordt geuit
    5. Hy5-agressieremming 7 items
      Ontkent vijandige en agressieve impulsen; gevoelig voor reacties van anderen
  • 4  PD

    Cliënten met een hoge score op deze schaal
  • Zijn vaak boos. Ze verwijten de buitenwereld dat die hen ongunstig gezind is
  • Impulsiviteit, slechte beheersing
  • Zich emotioneel leeg voelen
  • Verhoogde kans op verslavingsgedrag
  • Verhoogde kans op uitingen van agressie
  • Neiging om op zichzelf gericht te zijn; soms ongevoelig voor de behoeften van anderen
  • Problemen met betrekking tot aanpassing aan 'de normen en waarden'van de maatschappij
  • Anderen gebruiken
  • Vaak actief en spontaan
  • Snel leeg en verveeld
    +/- SUBSCHALEN
    1. Pd1-familiale conflicten 9 items
      Hoge score: ziet familie/gezinssituatie als onplezierig en ervaart tekort aan genegenheid, liefde, steun, begrip; ervaart familie als kritisch en controlerend
    2. Pd2-autoriteitsproblemen 8 items
      Hogescore: heeft een hekel aan autoriteiten, ervaart problemen op school of met de wet; heeft duidelijke meningen over goed en kwaad; komt op voor eigen overtuigingen
    3. P3d-sociaal 6 items
      Voelt zich vertrouwd in sociale situaties, verdedigt eigen mening laat zich graag zien
    4. P4-sociale vervreemding 13 items
      Voelt zich onbegrepen, vervreemd, ge´soleerd, alleen, ongelukkig niet betrokken, neemt anderen dingen kwalijk; op zichzelf gericht, ongevoelig; verwoordt verwijt
    5. Pd5-zelfvervreemding 13 items
      Ongelukkig, problemen met de concentratie, ervaart het leven niet als interessant of belonend; heeft moeite met de draai te vinden; excessief middelengenruik

    5  MF

    Mannen
    Mannen met een lage score
  • Voelen zich op hun gemak in hun mannelijke sexe rol
  • Gedragen zich conform de sexe rol ze nemen dus de 'actieve rol'


  • Een verhoogde score kan inhouden dat:
  • Iemand niet zo strak gebonden is aan de eigen sexe-rol
  • Dat hij geremd is en/of dat hij passief is en conflicten niet aandurft
  • Kan wijzen op identiteitsproblematiek
  • Verdraagzaamheid
  • Individualisme,
  • Artistieke interesses, creativiteit en nieuwsgierigheid
  • .

    Vrouwen
    Vrouwen met een lage score:
  • Voelen zich op hun gemak in hun vrouwelijke sexe rol: de 'passieve rol'


  • Een hoge score bij een vrouw kan er op wijzen dat zij:
  • Strijdbaar en sterk moet zijn
  • Vol zelfvertrouwen is, een competitieve instelling heeft
  • Gekarakteriseerd wordt door levendigheid
  • 6 PA

    Een hoge score kan wijzen op:
  • Een grote gevoeligheid voor sferen en stemmingen van anderen
  • Achterdocht
  • Kwetsbaarheid en gevoeligheid voor de omgeving
  • Moeite met omgaan met sterke gevoelens en herstellen van angst en spanning
  • Sterk emotioneel reagerend, meegezogen worden in emoties
  • Angstigheid en wantrouwen
  • Suggestibel zijn
  • Kans op decompensatie bij stress
  • Bij zeer hoge scores: destructieve vijandigheid, angst en agressie
    +/- SUBSCHALEN
    1. Pa1-achtervolgingsideeŰn 17 items
      Ziet de wereld als bedreigend; voelt zich niet begrepen, onrechtvaardig behandeld of gestraft; achterdochtig; geeft anderen de schuld soms wanen over achtervolgd worden
    2. Pa2-sensitiviteit 9 items
      Gevoelig; beleeft dingen intensiever dan andere; voelt alleen; zoekt risico en spanning, opwinding
    3. Pa3-Na´viteit 9 items
      Optimistisch en na´ef naar anderen, vertrouwend op anderen, hoge morele standaard, ontkent vijandigheid

    7 PT

    Hoge scores kunnen duiden op:
  • Een streng geweten
  • Angst om fouten te maken
  • Een grote behoefte aan een voorspelbare wereld
  • Krampachtig onder controle houden van dingen
  • Piekeren, neigen tot perfectionisme
  • Vermijden van risico's en faalangstigheid
  • Minder flexibel, overcontrole en dwangmatigheid
  • Ordelijk, nauwgezet
  • Moeite met veranderingen
  • 8Sc

    Een hoge score duidt op
  • Grote creativiteit
  • (Over)gevoeligheid voor complexe prikkels
  • Spanning kan snel hoog oplopen
  • Het niet in de gaten wanneer hun plannen en ideeën niet erg realistisch zijn
  • Slecht in staat zijn om gevoelens te uiten
  • Op stress reageren met terugtrekgedrag
  • Vermijdend, verlegen zijn
  • Zich terugtrekken in dagdromen
  • Gevoelens van minderwaardigheid
  • Minder gericht op sociale aanpassing
    +/- SUBSCHALEN
    1. Sc1-sociale vervreemding
      Voelt zich onheus behandeld, familiesituatie wordt als onvoldoende liefhebbend ervaren; alleen, leeg, vijandig, negatieve gevoelens naar familie; heeft nooit liedevolle relatie ervaren
    2. Sc2-emotionele vervreemding 11 items
      Wanhoop, zou dood willen zijn, apathisch en bang
    3. Sc3- verwardheid (denken) 10 items
      Bang om gek te worden; ongewone denkpatronen, gevoelens van onwerkelijkheid, moeite met aandacht en concentratie
    4. Sc4- verwardheid (motieven) 14 items
      Ervaart het hele leven als belastend; wanhoop en depressie, maakt zich grote zorgen; moeite met het hanteren van dagelijkse problemen; ervaart het leven niet als interessant of leuk; wil af en toe liever dood zijn
    5. Sc5-verwardheid (gevoelens) 11 items
      Wordt in beslag genomen door gevoelens, impulsen, rusteloos, hyperactief, prikkelbaar, labiel; moeite met herinneren van activiteiten
    6. Sc6- ongebruikelijke ervaringen 20 items
      Ervaart merkwaardige lichamelijke veranderingen, hallucinaties, ongewone gedachten, gevoel van be´nvloed te worden of betrekt dingen op zichzelf; zwakte huidsensaties, oorgeluiden e.d.
  • 9 Ma

    Een hoge score wijst vaak op
  • Een grote mentale energie van een persoon
  • Impulsiviteit en soms op het moeilijk kunnen verdragen van een gevoel van verlangen
  • Moeite met impulscontrole
  • Korte termijndenken
  • Onrust, overactiviteit, opgefoktheid
  • Te optimistische inschatting van eigen vermogens
  • Snel verveeld en rusteloos


  • Een verlaagde score kan wijzen op:
  • Minder vitaliteit en pit
  • Dissociatieve verschijnselen
  • Depressiviteit
    +/- SUBSCHALEN
    1. Ma1- moraliteit 6 items
      Hoge score; ziet anderen als zelfzuchtig; ziet zich gerechtvaardigd om bepaalde regels te overtreden; ervaart genoegen om te manipuleren of anderen te gebruiken
    2. Ma2- lichamelijke versnelling
      Versnelde spraak, denken, handelen; gespannen, rusteloos, snel verveeld, opgefokt, zoekt kicks, doet schokkende of schadelijke dingen
    3. Ma3- bejegening van anderen
      Ontkent sociale angst, niet zo gevoelig voor wat anderen vinden, ongeduldig en ge´rriteerd naar anderen
    4. Ma4- ego inflatie 9 items
      Te optimistische inschatting van zichzelf, ervaart boosheid over eisen die anderen stellen
  • 10 SI

    Verlegenheid. Iemand met een hoge score Heeft de neiging:
  • Zich niet op zijn gemak te voelen tussen andere mensen
  • weg te lopen van spanningen
  • Conflicten te mijden
  • Zich terug te trekken
  • Weinig assertief te zijn